Deze week was ie er weer eens: een onmiskenbare poets-, dweil- en opruim-aanval. Die heb ik niet zo vaak, dus ik heb hem meteen maar ten volle benut. Op het laatst kwam ik mijzelf boven tegen: dweilend. Nou, dan is het echt wel een aanval van een flink kaliber.

Tijdens zo’n aanval mag de emmer omvallen

Als zo’n aanval komt, is het beter dat er verder niemand in huis is. Dat is, gelukkig voor iedereen, ook meestal het geval. Ik zet mijn favoriete muziek op standje burengerucht, en ga fluitend aan de slag. Niets kan mij deren; ik vind het zelfs niet erg als er iets tegenzit. Zoals bijvoorbeeld een emmer water die over de keukenvloer valt. Tuurlijk, ik zucht wel even, maar dweil de boel op, en ga vrolijk verder. Als dit gebeurt wanneer ik niet in zo’n poetsbui ben, dan is mijn reactie echter heel anders.

Ik voel me als een dansend poetsdoekje

Ken je die reclame van vroeger van de Dubro-doekjes?  Als zo’n doekje voel ik mij bijna als ik aan de slag ben in zo’n bui. Bijna hè. Ik zing er niet bij natuurlijk, en dansen doe ik ook niet. Maar ik ga wel lekker aan de slag en ga ook gewoon dóór. Ik hoef geen plan te maken van tevoren, want ik begin gewoon en val dan van het één in het ander. Ik ben onvermoeibaar en het huis vaart er wel bij, totdat mijn bui voorbij is. Dat gebeurt altijd toch nog vrij onverwachts en abrupt; ik zie het zelf tenminste nooit aankomen. Soms als ik nét de hele keuken heb leeg gepakt om weer eens echt in álle hoekjes en gaten te schrobben. Of als ik net álle boeken uit de boekenkast heb gehaald om alles weer op alfabetische volgorde te zetten. Het kan zo van de één op andere minuut voorbij zijn.

En dat is jammer.

Meestal kwak ik alle boeken dan gewoon weer terug in de kast (ik heb hem toch weer even stofvrij gemaakt, denk ik dan) en in het geval van de grondige schrobbeurt voor de keuken, haal ik ik dan nog wel een natte lap over de vloer. Zo grondig als ik me had voorgenomen wordt het echter dan nooit afgemaakt. Het is een beetje jammer dat die buien altijd zo’n beetje op dezelfde manier eindigen, maar net zo onverwacht als het begon, is het ook weer afgelopen. En dan helpt niets meer: als het voorbij is, dan is het voorbij. Toch ben ik altijd blij met alles wat wél is gebeurd.

Zo werkt een poets-, dweil- en opruim-aanval

Moe na een poetsdag

Ik heb op zo’n dag weer diep respect voor mensen die voor hun beroep schoonmaken; ik ben na zo’n aanval vaak geslóópt en kan ik geen pap meer zeggen. Soms ga ik een serie bingewatchen op Netflix, soms móet ik gewoon een paar uur slapen.

Ik word netter als het huis schoon is

Wat mij opvalt op zo’n dag, en dan met name de rest van die dag en de dag erna ook nog wel, is dat ik vele malen nauwkeuriger ben in het huishoudelijke segment. Als de keuken er strak bij ligt, veeg ik elke gemorste druppel (zelfs water) en elke gevallen kruimel op. Ook de zooi van mijn huisgenoten ruim ik dan eerder en gemakkelijker op. Gewoon, om het allemaal zo netjes mogelijk te houden. Normaal gesproken slingert er hier meestal wel iets rond. En dan bedoel ik niet alleen spullen van mijn huisgenoten, nee, ook mijn eigen spullen. Hoewel mijn mannen niet echt van het opruimende soort zijn, zijn het ook geen vreselijke barbaren. We leven niet in een museum, dus van mij hoeft het ook niet helemaal spic & span te zijn. Meestal dan.

Ik ben niet altijd zo aardig

‘Troep’ is de ene keer een aanjager voor de bovengenoemde bui, maar het kan ook maar zo gebeuren dat het kwartje precies de andere kant op valt. Dan fladder ik niet als een Dubro-doekje door het huis. Nee, dan ben ik eerder een getergde ehm… buffel. Ik neem elk snippertje dat de mannen durven te laten slingeren waar en laat dat ook merken aan diegene die het heeft laten slingeren. Maakt niet uit tegen wie ik het zeg, ik moet het gewoon kwijt. Als het nog bij één snippertje papier bleef, dan was het niet zo erg. Maar, je raadt het al, zo gaat dat niet.

Het gaat ongeveer zo:

“Zeg, niet om het een of ander, maar er staan hier al twee borden van jou en in de vensterbank een glas; opruimen graag. Ik zag trouwens in de keuken ook je sporttas staan, met daarin een natte handdoek én een bidon met de een of andere substantie. Dat gaat stinken als een gek, moet je meteen even opruimen. Nee, je moet de handdoek wel úithangen, niet in de wasmand proppen, anders gaat ie daar verder stinken. Wat zeg je? Heb je geen schone sokken meer? Als jij het niet in de was gooit, kruipen ze er niet zelf in natuurlijk. En áls je ze in de was gooit, dan niet als een knoedel want anders worden ze óf niet goed schoon, óf niet goed droog of allebei. En af en toe het raam op je kamer openzetten kan trouwens ook geen kwaad.”

Je zou af en toe gewoon bijna medelijden krijgen met die arme schapen bij mij thuis. Maar gelukkig voor hen is dit rad van avontuur maar eens per maand. Ze weten alleen nooit of het deze maand Zon of Donder en Regen-tijd is.

Ik zelf ook niet trouwens.

Heb jij ook wel eens van die buien? Hoe zien die van jou er uit?

Schrijver | Waar is Mam

Ik ben Evelyn Reidinga, bouwjaar 1971, getrouwd met Bert en moeder van twee volwassen zoons. Ik ben werkzaam als zelfstandig coach en daarnaast nog een aantal uren per week werkzaam bij een welzijnsorganisatie. In mijn vrije tijd kan ik uren kijken naar series en docu’s. Ik hou van haken, foto’s bewerken, bullet-journalling. Ik ben gek op interieur-styling en ik hou er van om uit eten te gaan wijn te drinken en ik probeer regelmatig aan lichaamsbeweging te doen in de vorm van Bodypump en hardlopen.

Artikelen op Waar is Mam zijn geschreven in overeenstemming met mijn disclaimer

Ik ben heel benieuwd naar jouw reactie?